zondag 30 september 2012

een gammele driehoek

Het was een hele klus, die 765 dichtbedrukte bladzijden, maar het was zeker de moeite waard. Wat Richard Powers met Het zingen van de tijd heeft gepresteerd, is niet gering. Hoed af. Maar tegelijk gebruik ik het werkwoord ‘presteren’ ook niet vanwege een onverdeelde bewondering: romans schrijven is geen sportdiscipline. Er moeten geen records gebroken worden.

Het zingen van de tijd is een buitengewoon ambitieuze roman. Een uitgebreide familiegeschiedenis vormt de dragende structuur voor een ideeëngebouw met drie vleugels: racisme in de Verenigde Staten tussen de Tweede Wereldoorlog en het begin van de 21ste eeuw; de muziekgeschiedenis van Palestrina tot hiphop; de meest geavanceerde theorieën over de Tijd (met hoofdletter).
In een geslaagde roman zijn, althans volgens mijn opvatting, alle onderdelen noodzakelijk en op een noodzakelijke manier met elkaar verbonden. Daarmee bedoel ik dat ze vanuit artistiek oogpunt gezien niet anders hadden kunnen zijn en niet anders met elkaar hadden kunnen verbonden zijn. Bovendien moet de compositie van het geheel evenwichtig zijn. Daarom vind ik dat Het zingen van de tijd als een driehoekig gebouw met gelijke zijden had moeten zijn – elk van die zijden heeft een gelijke dragende kracht, of hoort die te hebben. De personages (over wie ik het hier verder niet zal hebben) mogen niet worden gereduceerd tot dragers of vertegenwoordigers van ideeën. Zij dienen een geloofwaardige psychologie en psychologische ontwikkeling te hebben.

Laat mij het beeld van het driehoekige gebouw verder uitwerken. In elk van de zijden is een afdeling (thema) ondergebracht.

Powers is er goed in geslaagd om de afdelingen racisme en muziek stevig met elkaar te verbinden. Ruwweg gesproken komt het hier op neer: je hebt blanke muziek en je hebt zwarte muziek. Waar de macht in de wereld overwegend blank is, slaagt de zwarte muziek er steeds nadrukkelijker in om te infiltreren. De achtergestelde zwarte haalt zijn gram via de muziek. Vandaar dat het vanuit zwart perspectief gezien eigenlijk beter is om niet bij te dragen tot een verdere verspreiding van de blanke, Europese, voornamelijk klassieke muziek. De zwarte kan beter de eigen culturele eigenheid versterken en uitdragen. Het gevaar schuilt natuurlijk wel om de hoek dat de blanke wereld de zwarte cultuurproducten (blues, rock, jazz, soul, motown, rap, hiphop, rythm & blues, enzovoort) recupereert waardoor ze als emancipatorisch instrument onschadelijk worden gemaakt.

De verbondenheid van de afdelingen muziek en tijd lijkt mij ook duidelijk. Muziek en tijd zijn per definitie op een natuurlijke wijze met elkaar verbonden. Er is om te beginnen de geschiedenis van de muziek. Polyfoon, symfonisch, de beat: elke fase speelt zich af in een welbepaalde tijd, in een maatschappelijke context. In die zin heeft muziek het vermogen om je naar een andere tijd te brengen. Dat kan muziek ook doordat herinneringen zich erop enten: je hoort een deuntje uit je jeugd en kijk, je bent er weer helemaal in terug. Muziek is in zekere zin tijd. Muziek ontrolt zich in de tijd, bestaat uit tempi, kan traag of snel gespeeld worden, enzovoort.

Het moet gezegd dat Powers een meester is in het beschrijven van muziek – voorwaar geen sinecure. Er staan nogal wat van die beschrijvingen in het boek – en hoe lang ook ze uitgesponnen zijn, ze vervelen nooit. Er zijn grosso modo twee soorten beschrijvingen. De eerste expliciteren het tempo, het ritme, de cadans. Dan kan de gespeelde muziek bijvoorbeeld vergeleken worden met een voorbijdenderende trein. De zinnen, ook in de vertaling, krijgen een verhoogde muzikaliteit, hun ritme probeert het beschreven soort muziek te evoceren. De tweede soort beschrijvingen zijn de lyrische. Ze zijn associatief: de gespeelde muziek roept beelden op en dan wordt de beschreven muziek vergeleken met – bijvoorbeeld – een nachtelijk landschap waar een ijzige volle maan achter de wolken komt gloren. Ook geslaagd – maar misschien minder relevant.

Twee van de drie zijden van onze driehoek hebben we al: de afdelingen racisme en muziek zijn verbonden;  de afdelingen muziek en tijd ook. Maar hoe zit het met de verbinding tussen enerzijds het historisch thema van het racisme (met die hele reeks van aanwijsbare incidenten, gaande van de slavernij, de segregatie in het Zuiden, de rassenwetten, Black Power en de marsen op Washington tot de rassenrellen en plunderingen die tot op vandaag de grote steden teisteren) en anderzijds de gesofisticeerde theorieën over de Tijd (relativiteitstheorie, snarentheorie, quantummechanica, enzovoort – ze komen allemaal aan bod). Hier is het verband geforceerd, of artificieel – de verbinding tussen deze vleugels wankelt en zoals dat gaat met driehoekige constructies, denk aan een driepikkel: als een van de zijden (poten) gammel is, loopt het hele bouwwerk instortingsgevaar.
Powers heeft nochtans stevig getimmerd aan de Tijd-zijde van zijn constructie. Hij laat de lezer op allerlei manieren heen en weer in de tijd stuiteren. Zowel op het niveau van de hoofdstukken – het ene speelt zich af in de jaren vijftig, dan gaat het weer naar de jaren zestig, dan weer terug, enzovoort – als op talloze plaatsen in het verhaal zelf. Powers laat zijn personages bijzonder vaak vooruitzien, voorspellen, zich herinneren, terugblikken op… Dat kan in de handelingen van de personages, maar ook, op een kleinere schaal, binnen bepaalde passages, zelfs binnen zinnen:

 
Maar dat is niet alles: Powers laat bepaalde gebeurtenissen of uitspraken zich herhalen, en zelfs op een magisch-realistische manier in elkaar overvloeien. Zo vindt de cruciale ontmoeting van twee van de hoofdpersonages plaats op de Mall in Washington, en hij voltrekt zich door toedoen van een verloren gelopen kind. Zeshonderd bladzijden en, in het tijdsverloop van het verhaal, bijna een halve eeuw later wordt gesuggereerd dat het kleinkind van dat koppel dat verloren gelopen kind is. Ik weet dat het ongeloofwaardig klinkt, maar dat is wel wat Powers probeert te doen. Hij creëert een soort van wormgat in zijn verhaal – enfin, twéé wormgaten – en je kunt in het ene vallen en door het andere in die totaal andere situatie terechtkomen. Vooruit of achteruit.
Geloofwaardiger is de herhaling die tot stand komt doordat een door een van de ouders uitgesproken zin vele jaren later letterlijk wordt hernomen door de dochter, al was die aanvankelijk helemaal niet door dat zinnetje gecharmeerd.

Er valt veel te zeggen over Het zingen van de tijd. Het is een interessante roman, met heel veel boeiende en mooie passages. Maar ik vrees dat Powers zijn krachten een beetje heeft overschat. Dit is maakwerk, een verpakking voor ideeën, maar zonder een onweerlegbare artistieke waarde die kan ontstaan vanuit de dwingende noodzaak van de aangebrachte structuur. Een structuur die niet wordt gekenmerkt door een dergelijke dwingende noodzaak is artificieel, geforceerd, kunstmatig. Dat is wat, vrees ik, van Het zingen van de tijd moet worden gezegd voor zover we het beschouwen als roman en dus als kunstwerk. Hoe interessant en relevant het boek verder ook moge zijn.