dinsdag 6 maart 2018

Julian Barnes, Het enige verhaal / getekend 286


de winter van 2018 – 39

135 – De nieuwe roman van Julian Barnes, Het enige verhaal, gaat – zoals altijd in ernstige literatuur – over de kwesties die er écht toe doen in het leven. En bij Barnes zijn dat: de liefde, hoe het leven loopt en wat je eraan kunt doen, de autobiografische herinnering, de rekeningen die worden opgemaakt in het aanschijn van de naderende ouderdom en dood, de mogelijkheid om fouten te herstellen. Daar ga ik voor zitten, en voor een auteur die op een oorspronkelijke manier een boeiend verhaal vertelt waarin hij deze zaken aankaart, doe ik mijn hoed af. Julian Barnes is zo’n auteur – en hij schrijft uit het hart: de door hem aangekaarte kwesties worden ook voor hemzelf steeds dringender en dwingender, sinds met het heengaan van zijn vrouw en met de eigen ouderdom de dood steeds nadrukkelijk bij hem is komen aankloppen. Barnes is 72, en op de foto kijkt hij mij waardig en wijs, maar toch ook met angst en strengheid in de ogen.

Je hebt maar één leven, je hebt maar één verhaal. Er is, welbeschouwd, slechts één cruciaal moment in je persoonlijke geschiedenis – daar hangt alles van af. De chronologie van het leven is onverbiddelijk. ‘Eerste liefde bepaalt een leven voor eens en altijd, daar ben ik in de loop der jaren wel achter gekomen.’ Hoe die eerste liefde ook afloopt – of blijft bestaan – zij tekent alles wat daarna komt, zij werpt ‘een schaduw (…) over al zijn latere relaties’. ‘Je zult altijd met een open wond blijven rondlopen.’ We zitten allemaal met een rugzak, en die is gevuld op een manier die wij op het moment zelf dat hij gevuld raakte nooit konden overzien: ‘ik geloof nu wel dat wanneer twee geliefden elkaar tegenkomen, er al zoveel voorgeschiedenis is dat er alleen nog bepaalde uitkomsten mogelijk zijn’.

Je neemt op een bepaald moment een beslissing die alles zal bepalen, tot je je laatste zucht hebt uitgeblazen. Het is trouwens een adembenemend inzicht: mocht je het op het moment zelf weten hoe belangrijk dat moment is, je zou totaal geparalyseerd zijn en niet durven te bewegen.

Met Het enige verhaal brengt Barnes de gefingeerde biografie van Paul Roberts. Als 19-jarige jongeman speelt deze Paul Roberts in zijn tennisclub een gemengd dubbel met de dubbel zo oude en – ongelukkig – getrouwde Susan MacLeod. De affaire begint als vanzelf, spontaan, quasi onschuldig. Maar de gevolgen zijn niet te overzien. En neen, het loopt niet goed af. Drank speelt een verwoestende rol en Pauls enige verhaal tekent hem voor zijn leven.

Overigens is de aanwezigheid van alcohol niet zonder betekenis. Als er een verband bestaat tussen liefde en waarheid, in die zin dat ‘leven in liefde leven in waarheid is’, dan bestaat er ook een rechtstreeks verband tussen alcohol en leugen. Barnes laat de jonge Paul Roberts het volgende syllogisme opstellen: ‘Alle alcoholisten zijn leugenaars. (…) Alle geliefden spreken de waarheid. (…) Dus is de alcoholist het tegenovergestelde van de geliefde.

Maar een mensenleven later is Paul al genuanceerder. Hij heeft ‘te veel voorbeelden van geliefden gezien, die allerminst in waarheid leefden, maar juist in een fantasiewereld waarin zelfbedrog en zelfverheerlijking hoogtij vierden, en realiteit nergens was te bekennen’. En bovendien, zo weet hij nu, is alcoholisme ‘stellig net zo obsessief – net zo absolutistisch – als liefde’.

Barnes schrijft heel nadrukkelijk in retrospectief. Niet dat hij het verleden in al zijn details wil reconstrueren – integendeel, dat interesseert hem eigenlijk niet: ‘ik ben het verleden aan het terughalen, niet aan het reconstrueren. Dus gaan we ons niet te veel met de rekwisieten bezighouden.’ Waar het hem om te doen is, is de eigenheid van dat terugblikken: wat betekent het terug te blikken, hoe zie je de dingen en het leven als je achteruitkijkt? Wat is de eigenheid van de ouderdom en van de eventueel opgedane wijsheid?

‘Ik probeer u geen verhaal te verkopen, ik probeer u de waarheid te vertellen.’ En die waarheid, laat Barnes het aan gin verslingerde nevenpersonage Joan zeggen, ‘is niet aardig. Daar kom je gauw genoeg achter als het leven er echt gaat in hakken.’

Ik geef een voorbeeld van wat ik bedoel met dat retrospectieve. Paul Roberts herinnert zich hoe hij als jongeman tegen ouderen aankeek. Een oude man moet bruusk remmen wanneer Paul de straat oversteekt. De oude man draait zijn raampje naar beneden en scheldt Paul de huid vol. Paul stapt naar de auto toe. Hij ziet de ‘stomme rode bejaardenoren’ van de man. ‘U kent dat soort oren wel, heel vlezig, met haren die naar buiten groeien.’ Paul spreekt de man toe: ‘U bent eerder dood dan ik’, en slentert dan ‘zo irritant mogelijk’ weg. Nu is Paul zelf oud en hij herinnert zich het voorval. Hij merkt dat hij jonge mensen zou willen beschermen. ‘Ik wil hen behoeden voor wat de wereld hun waarschijnlijk gaat aandoen, en wat ze elkaar waarschijnlijk gaan aandoen. Maar dat is natuurlijk niet mogelijk. Mijn zorg is niet vereist en hun vertrouwen is waanzinnig.’

En met de ouderdom treedt een zekere mildheid in. Paul begint te begrijpen waarom stellen bij elkaar blijven ook al is de liefde al lang uitgedoofd: ze hebben maar één verhaal, hun enige verhaal, en schrikken ervoor terug om er afstand van te nemen en het in te ruilen voor een autobiografische leegte. Vandaar ook dat Paul zich instemmend herinnert dat iemand zei ‘dat ze haar verwachtingen naar beneden had bijgesteld, omdat je dan waarschijnlijk minder teleurgesteld zou worden’. Hij begint zich af te vragen ‘of er iets te zeggen valt voor mínder voelen’ (en hopelijk ziet u het accent op de i niet over het hoofd).