donderdag 26 november 2015

vierenvijftig 46



19 november 2015

donderdag

Zeker tot twee keer toe dacht ik vandaag aan een welbepaald iets om in dit dagboek neer te schrijven. Ik was telkens met iets anders bezig en kijk, nu ik het mij probeer te herinneren en dus een derde keer voor de geest probeer te halen, zodat ik opnieuw weet waarover het dan wel ging, datgene waarvan ik tot twee keer toe dacht dat het de moeite waard was om het hier neer te schrijven, is het weg. Maar waar, zo vraag ik mij dan af, is het naartoe? Want wég is het niet, ik weet hoe dat gaat, ik kan straks midden in de nacht wakker worden en het mij herinneren wat het dan was, dat welbepaalde iets dat ik wou neerschrijven, en dat ik het niet kon doen, de eerste twee keer niet omdat ik met iets anders bezig was en daarna een derde keer niet omdat ik het mij niet herinnerde, en daar is het dan weer, midden in de nacht. Maar ik kan het opnieuw niet opschrijven omdat ik in bed lig en het donker is en omdat ik schrik heb dat als ik opsta en het licht aansteek en het toch opschrijf, dat ik dan te wakker zal zijn om opnieuw in te slapen – en zo zal dat welbepaalde iets wellicht andermaal, en misschien zelfs definitief, verdwijnen. ¶