zondag 4 december 2016

los ingeslagen 339



29 maart 2002

Het mooie weer duurt nu al drie dagen, en dat is opmerkelijk lang tegenwoordig. Ik maak met P. op deze Goede Vrijdag een wandeling door de Loweiden (vanaf de Ryckeveldestraat).

*

(…)

*

(…)

*

Het is nu half elf en ik weet nog altijd niet wat ik morgen in mijn vierde les (…) aan de cursisten moet vertellen… Ik stel ook vast dat ik daar in het geheel niet zenuwachtig van word.

*

(…)


30 maart 2002

Kwart over tien ’s morgens. Ik ben pas begonnen met de voorbereiding van mijn les (…) van deze namiddag. Ik word opgebeld: ik heb mij vergist, het is deze voormiddag, ik moest daar eigenlijk al zijn. Ik dus onvoorbereid naar (…), waar ik totaal improviserend een achttal cursisten toespreek. Hoe het in zijn werk gaat, begrijp ik niet, maar ik weet ze te boeien. Dit soort situaties – ik heb ze al eerder meegemaakt, op sollicitatiegesprekken of tijdens interviews – schenken mij de grootste voldoening: het gevoel dat alles wel op zijn pootjes valt en de bevestiging dat ik blijkbaar toch iets in mijn mars heb, iets te vertellen heb. Ik heb twee van mijn cursiefjes van mijn Standaard-tijd meegebracht (‘Gele ster’ en ‘Mestplankje ’), speel ze met branie uit als voorbeelden van hoe het kan.

*

Door deze onverwachte verschuiving in mijn dagplanning kan ik gaan fietsen met de wielervrienden. We rijden 70 kilometer en het gaat wonderwel…

*

Met de kinderen naar De Nieuwe Snaar in de Stadsschouwburg. Een explosie van energie, creativiteit en muzikaal meesterschap.

*

Op tv zie ik nog in een bijzonder flitsende en mediamieke Franse praatshow Juliette Binoche samen met Alain Finkielkraut. De filosoof neemt het op voor Israël (dat sinds kort in een open oorlog met de Palestijnen is verwikkeld). Hij verwijt Binoche dat ze onlangs haar steun heeft verleend aan een vredesmars; hij tekent bezwaar aan tegen een van de ordewoorden van de betoging. Binoche heeft de kleine lettertjes niet gelezen. Ze is duidelijk aangedaan door het verwijt. Dan gaat het over de joden. Finkielkraut doet de actrice iets zeggen over de Holocaust, waarop zij in tranen uitbarst. Een vreemde situatie al bij al: in een context van emo-tv en sensationalisme (waarbij de gasten zich duidelijk niet opperbest voelen) is hier duidelijk sprake van een intens, oprecht moment van gewetenswrijving en verdriet. Binoche (…) is niet alleen mooi en sympathiek, maar ook intelligent en uitermate gevoelig…


31 maart 2002

In het radioprogramma ‘Titaantjes’ is Jozef Deleu te gast. Ooit ben ik met hem gaan middageten. Nu hoor ik er niet meer bij. Dat wringt, ik kan dat niet ontkennen. Heb ik kansen verspeeld?

*

We gaan met het hele gezin wandelen in Ryckevelde. Ik beleef een erg mooi moment met T.. Hij zegt mij uitdrukkelijk dat hij graag met mij gaat wandelen omdat we dan altijd zo’n goede gesprekken hebben. Ik gloei! Het vooruitzicht van een mooie en hopelijk tegen de nakende puberteit opgewassen verstandhouding met mijn oudste zoon.

*

Beide oma’s komen op deze Paasdag middageten. We spreken over de Kerk en religiositeit. (…)

*

Ik ga fietsen (het is nog altijd erg mooi weer), en daarna voetballen met de kinderen op het Schuttershof. We kijken televisie (‘Het Peulengaleis’), waarna ik nog wat voortwerk aan mijn notities over de reis naar Zweden (...).

*

P. (…) verteert maar moeilijk de wending op haar werk. En ze voelt zich voortdurend moe…

*

Bij het zappen laat in de avond komen we uit bij een ‘voorstelling’ van het Cirque du Soleil. ‘Voorstelling’ is een veel te zwak woord voor de opeenstapeling van zwaartekracht-tartende onwaarschijnlijkheden. Een heel bijzondere schoonheid…

4533

Oudenaarde - 161008

zaterdag 3 december 2016

instagram 246

Brussel, Victor Hortastraat - 161020

instagram 245

Gent, Gent-Sint-Pieters - 161019

instagram 244

Lichtervelde, station - 161018

los ingeslagen 338


25 maart 2002

Naar Griffo voor de samenstelling van het nieuwe nummer. W. heeft stagiaire F. meegebracht. G. is er niet. D., gehuld in een vreemde wollen trui, komt binnen. Als hij terug buiten is, maak ik een grapje met T.: ‘een wolf in schaapsvacht’. ‘De nagel op de kop,’ zegt ze. (…)

*

Ik heb nu even weinig werk en kan het me veroorloven om samen met Laïka twee uren lang in het zonnetje op de bank op het terras te zitten lezen.

*

Met L. naar een jazzoptreden in de Banana Peel in Ruiselede. Het Finse trio bakt er naar mijn – en ook L.’s smaak – niet al te veel van. Toch staan we de hele zitting uit. Gelukkig wordt het na de pauze toch iets toegankelijker. De pianist doet mij aan C. denken… Na het optreden rijden we tot in Oedelem, waar we in het café aan het Marktplein nog een glas drinken. We zitten er al meer dan een halfuur aan de toog wanneer de ‘vrouw’ die naast L. zit iets vertelt over de Beekstraat, waar ze woont. Ik vraag mij of ze dan misschien de familie Claeysier kent. Ja, zegt ze, er zit er hier trouwens een. En ze wijst naar een man die nog een eindje verder aan de toog zit – hij zat er al toen wij binnenkwamen. Ik herken die man niet. Maar hij blijkt Luc Claeysier te heten. Er zijn er echter twee op Oedelem, verneem ik – dus denk ik dat deze man die andere moet zijn. Hij haalt zijn identiteitskaart boven, komt hem tonen. Hij is aangeschoten. Een struise man staat nu naast mij; ik herken hem nog steeds niet (maar hij mij ook niet). Dan zie ik de geboortedatum: 1960. De Luc Claeysier die ik heb gekend, was één jaar ouder dan ik. ‘Bent u Luc Claeysier, dé Luc Claeysier?’ De vraag is onhandig gesteld, maar sorteert wel effect. ‘Godverdomme,’ zegt die man naast mij, in wiens gelaat ik bepaalde trekken begin te herkennen. ‘Pascal?’ ‘Ja,’ zeg ik. En daar staan we dan: ooit boezemvrienden, dan elkaar vijf, en vervolgens twintig jaar niet meer gezien. En nu zo ver van elkaar dat we elkaar niet eens herkennen… Terwijl we vroeger toch wel erg intiem geweest zijn, in onze prepuberale jaren, toen we nog kind genoeg waren om het ‘klasseverschil’ dat mijn ouders niet tolereerden probleemloos te overbruggen. We zijn zelfs samen nog met de fiets op reis geweest. ‘In het jaar dat Van Impe de Tour won,’ herinnert Luc zich. Ik weet dát niet meer, wel dat er tijdens onze reis een paus stierf. ‘Weet je nog hoeveel kilometer we op die reis hebben afgelegd?’ vraagt Luc. ‘Zevenhonderd?’ ‘Neen,’ zegt hij, ‘duizendvijfenzestig!’ Hij weet het nog precies. Het is een van de mooiste reizen van zijn leven geweest. We moeten nog eens samenkomen, herinneringen ophalen. Dat suggereert Luc; ik probeer het hem nog te ontraden maar geef uiteindelijk toch mijn telefoonnummer: we zien wel…


26 maart 2002

Denis breekt het raam uit in het waskot: de poutrelle blijkt door huiszwam aangetast…

*

Uitnodiging van een architectenvakblad om interviews met architecten te maken.

*

Ik houd mij vandaag bezig met een snookerspelletje dat ik van het internet heb gedownload.

*

(…)

*

(…)

*

Zou dat de reden zijn waarom sommige jonge vrouwen graag met oudere mannen in zee gaan (…): de quasi zekerheid dat zij – en de kinderen die ze van die mannen hebben (het zaad is hardnekkiger dan de lust) – niet door hen in de steek zullen worden gelaten wanneer de onvermijdelijke sleet op hun relatie komt?

*

Julien Green, Journaal 1946-1976:
[226]: ’25 oktober [1969] – Gedacht aan de verschrikkelijke kracht van de liefde als je twintig bent, van de eerste liefde die je nooit weer terugvindt. Vreemd geluk, smartelijk maar ook wonderlijk mooi.’
27 november – Uit luiheid of vermoeidheid houd ik dit dagboek minder regelmatig bij en dat is jammer: het leven schenkt ons rijkdommen die we niet moeten versmaden.’
[229]: ‘Een eerste liefde die teleurgesteld wordt verwoest je hart voor altijd. Er is een halve eeuw voorbijgegaan zonder dat iets ooit de wond van mijn eerste liefde heeft kunnen genezen, en die open wond was de mond waarmee ik mijn hele werk lang mijn wanhoop heb uitgezongen […]’
[242]: ‘…een interessante nachtmerrie…’ – dat zou nog eens een mooie, uitdagende titel voor een roman van mijn hand kunnen zijn! (De roman van mijn hand die er nooit zal komen – of toch?)

*

(…)

*

Toch vreemd, dat vertaalster Greetje van den Berghs selectie van het dagboek van Green elk jaar maar een tiental bladzijden oplevert. Is dat niet wat weinig? Nu, die man heeft wel ontzettend lang geleefd (hoelang precies moet ik eens opzoeken). Zijn bijna honderd jaar (minus het peuterdom en de seniliteit) levert dan toch bijna duizend bladzijden op… Eind jaren zestig worstelt Green, die dan al tegen de zeventig draait, met het besef dat hij ‘binnenkort’ zal sterven. Hij heeft last met de onafheid van al wat hem bezighoudt (bijvoorbeeld – impliciet – zijn lectuur). Maar hij heeft nog dertig jaar voor de boeg! Stel dat hij dat eind jaren zestig zou hebben geweten, dan nog zou hij het onaffe nooit hebben kunnen afronden. Alles blijft altijd onaf! Dáár moet je absoluut niet mee inzitten: wat af is, ís dood. Het enige wat af is, is de dood.

*

P. komt verblijd thuis van Huit femmes. Lang geleden (…).


27 maart 2002

Woensdagmorgenwandeling met P.; goede sfeer. Maar toch is er die afstand, die nieuw is en die ik niet kan duiden. Afstand ook van haar ten opzichte van mij…

*

Gesprek bij Renoscripto (onmogelijke naam!). Het lijkt een interessant aanbod. Ik vraag anderhalve keer mijn uurtarief (1500 frank) en stel vast dat het in hun ogen nog weinig lijkt.

*

Gesprek op het trottoir met het ‘Appelmannetje’ (de naam komt van G., we hebben deze sympathieke overbuur een jaar of twee geleden eens een zak appels uit de tuin van Christine gegeven). Hij vertelt me over zijn belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was twintig toen die uitbrak, en pas onder de wapens geroepen. Algauw op de vlucht met zijn regiment naar Limoux. Drie maanden Zuid-Frankrijk, en dan terug. Zijn vader zat in de gevangenis. Gaf zich zelf op om zijn vader te bevrijden. Werd als slaaf ingezet (‘tien uren per dag zakken cement versleuren’) in de raketlanceerbasis-in-aanbouw in Noord-Frankrijk (die wij nu van plan zijn te bezoeken!). Wist met de hulp van een Nederlandse zwarte te ontkomen. Een tijd ondergedoken bij een broer-rijkswachter in Roeselare. Tot die de grond onder zijn voeten te heet voelde worden. Enzovoort. Een onwaarschijnlijke geschiedenis voor iemand zoals ik, die niets heb meegemaakt. ‘Ik wens het u niet toe, we hebben honger geleden.’ Het doet Harry – zo heet hij – nog altijd pijn wanneer hij met voedselverspilling wordt geconfronteerd. Ik denk aan de appels, die wij niet eens oogsten… Ik nodig Harry uit om van de zomer in de tuin van Christine eens zijn verhaal te komen doen voor onze kinderen…

*

We brengen brol van jaren ver naar het containerpark. Wat een bureaucratie, daar! Wellicht rechts stemmende arbeiders moeten de orders van groen-links uitvoeren, en ze laten duidelijk blijken dat het hun niet zint. Ik vraag mij af of deze hele onderneming wel rendabel is (ik tel vijf of zes werkkrachten). Thuis ruim ik het achterhuis wat op, ook daar het stof van vele jaren. Brian komt: de poutrelle die door Denis is uitgebroken, is inderdaad door huiszwam aangetast. Dit gaat ons andermaal 20.000 frank kosten.

*

Mijn fietsritje strandt in een aperitiefbezoekje bij J. & L.. L. schilt haar aardappelen helemaal anders dan ik: zij maakt afzonderlijke reepjes in de lengte, ik probeer altijd van top naar bodem een zo lang mogelijke spiraal te maken.


28 maart 2002

Prachtig weer.

*

(…)

*

De reeks calamiteiten zet zich door. De vaatwasmachine blijkt perte totale: er moet een nieuwe komen. De zwam zit ook boven de achterpoort. P. treurt om haar opgezegde inventarisatieopdracht. En ik verpruts de waterketel door al het water erin te laten uitkoken.

*

Een sullige dag: de voorgenomen vrijheid wordt verstoord door instant-karweitjes. ‘Voorgenomen vrijheid’?

4532

Brugge, Karel de Stoutelaan - 160714

vrijdag 2 december 2016

donderdag 1 december 2016

instagram 243

Brugge, stadsbibliotheek - 161017

instagram 242

Damme - 161016

instagram 241

Atelier Francis Bekemans, Brugge - 161015

wolken 2154

wolkenfragment uit J.M. Coetzee, De schooldagen van Jezus

2154
Het is onbewolkt, het belooft een warme dag te worden. (109)