woensdag 29 maart 2017

instagram 340

NMBS - 170125

instagram 339

Brugge, Buiten Begijnenvest - 170124

instagram 338

Brugge, Sebrechtspark - 170123

4648


Brugge, Gentpoortvest - 170107

driekleur 299


(…) ik droeg zonder dat iemand het kon zien de zwarte hoed en de rode sjaal van de president; en misschien zelfs de ijzeren kroon, de rijksappel, het Germaanse zwaard en het goudlaken van de oudste zoon van Pepijn. 


Pierre Michon, Koningslichamen, 85

wolken 2272-2277


wolkenfragmenten uit Pierre Michon, Koningslichamen

2272
Grote leikleurige wolken jagen langs de hemel. (13)

2273
‘Het had geregend, de vogels begonnen te zingen en grote leikleurige wolken joegen langs de hemel.’ (Michon citeert Gustave Flaubert: 36)

2274
Zo heb ik het begin van Salammbô gehoord, het begin van La Guerre du feu, de beroemde bladzijden uit Mémoires d’outre-tombe over de maan tussen de wolken van de Nieuwe Wereld, een flink aantal gedichten van Parnassiens, en Booz. (71)

2275
Wolken joegen langs. (83)

2276
Door het raam zag ik de grote muur, de vier zegezuilen, de duizelingwekkende boekdelen waarin de wolken, de vervliegende hemel, het langsjagen van de dag geschreven stonden: het was het grafmonument van een oude, languit liggende man die ik van kant had gemaakt. (85)

2277
De zon had de wolken overwonnen, hij scheen weer, de vier torens schitterden: de leegte in mij was goed opgeschoten, de leegte dong naar het licht. (86)

dinsdag 28 maart 2017

instagram 337

Brugge, Concertgebouw - 170122

instagram 336

Aardenburg (NL) - 170121

instagram 335

170120

4647

Brugge, Visartpark - 170102

maandag 27 maart 2017

wolken 2269-2271



wolkenfragmenten uit Samuel Beckett, Proust

2269
Nu begrijpt hij, in de vervoering van zijn korte eeuwigheid, opgedoken uit de duisternis van tijd, gewoonte, hartstocht en verstand, dat kunst noodzakelijk is. Want alleen in het heldere licht van de kunst kan de verbijsterde extase worden ontcijferd, die hij voelde voor het ondoorgrondelijk oppervlak van een wolk, een driehoek, een kerktoren, een bloem, een keisteen, toen het mysterie, de essentie, de Idee gevangen in materie, een beroep deed op de mildheid van een subject, dat voorbijging binnen de schaal van zijn eigen onzuiverheid, en daarbij in elk geval een onvergankelijke schoonheid aanbood, zoals Dante in zijn verzen aan de ‘ingegni storti e loschi’: ‘Ponete mente almen com’io son bella.’ (64)

2270
Hij verlaat de bibliotheek en wordt geconfronteerd met de aanblik van de vleesgeworden Tijd. En terwijl een moment geleden de blinkende cymbalen van twee ver van elkaar liggende uren, ver uiteen verstard door de strakke spanning van de tussenliggende tijd, nog hadden gehoorzaamd aan de onweerstaanbare opwelling van wederzijdse aantrekkingskracht, en schel-klinkend op elkaar botsten als stormwolken, staat nu de maat van hun spanwijdte van het ene tot het andere eind geschreven op het gelaat en de broosheid van de stervenden, gebogen als Dantes trots, onder de ‘logge, trage, zware en als lood zo bleke’ last van hun jaren. (64-65)

2271
De realiteit van een wolk die wordt weerspiegeld in de Vivonne, kan met niet uitdrukken met ‘zut alors (…) (72)

4646

Brugge, Gulden-Vlieslaan - 161218

zondag 26 maart 2017

fiets 17-9

koers 62,3 / 453,5 - 87 ↗

4645

Brugge, Karmelietenklooster, expo John Vink - 161218

zaterdag 25 maart 2017

driekleur 298


Langs de tafelrand, van links naar rechts, een geruit rond metalen doosje met plastic plakband, een glanzende, slanke metalen schaar, een opengeslagen Franse woordenboek van Cassell en daarop, ook opengeslagen, een onderstreept exemplaar van Le Rouge et le Noir in een gele paperbackuitgave met versleten randen, een flesje gitzwarte inkt, zorgvuldig dichtgedraaid , een klein schetsboekje met geschept papier boven op Teds bloemlezing van Spaanse gedichten, en een wit plastic brillendoosje dat versierd was met kleine witte en gestreepte schelpjes, een paar groene en roze glittertjes, een groene plastic zeester en een glanzend gepolijste ovale schelp.

Sylvia Plath, De dagboeken 1950-1962, 183-184

driekleur 297



De andere helft van de tafel, mijn afdeling, lag vol met nette stapeltjes boeken en papieren die allemaal keurig evenwijdig aan de tafelhoeken waren opgesteld: een grote blocnote met een blauwpapieren omslag waaruit typepapier werd gesneden en die al aardig dun begon te worden, met daarop een versleten verklarend woordenboek met een bruine omslag, vormde de binnenste rij boeken, dicht bij Teds rode Shakespeare; daarop lag het felgele cadeaupapier met een rijmpje in zwarte inkt dat als verjaardagspapier voor een plak chocolade had gediend.

Sylvia Plath, De dagboeken 1950-1962, 183